Iedere tijdsperiode kent zijn eigen stopzinnen, en een veelgebruikte tegenwoordig is “we zijn er nou toch”. Achter deze woorden schuilt een bijzondere en vaak conflicterende context. Aan de ene kant kan het een bevestiging zijn van gemakzucht, zoals wanneer je tijdens het lijnen toch dat stuk taart op een verjaardag eet, of na drie maanden stoppen met roken een sigaret aanneemt. “We zijn er nou toch” dient dan als startschot voor het loslaten van principes, een teken van luiheid en wellust.
Aan de andere kant kan “we zijn er nou toch” ook een uitdrukking zijn van Hollandse daadkracht en doorzettingsvermogen. Of het nu gaat om een kastje dat nog naar boven moet of het idee om van een 30 kilometer lange hardloopronde een marathon te maken, het geeft aan niet moeilijk te doen en zaken netjes af te maken. Hier refereert het niet aan luiheid, maar juist aan het aanpakken van zaken zonder te klagen, met focus op het voltooien van taken.
Het gebruik van “we” in “we zijn er nou toch” is opmerkelijk, aangezien het vaak vertaald wordt naar situaties waarin je alleen bent. Het creëert een innerlijke dialoog tussen jezelf en je alter-ego, als een tweeling die samen beslissingen neemt. Het woordje “toch” voegt verder een uniek element toe dat lastig te vertalen is, maar onmisbaar is in de zin. Het dient als een wormvormig aanhangsel dat de zin compleet maakt. Toen Gert-Jan Duis werd gevraagd of hij in 2026 weer columns wilde schrijven voor ITchannelPRO, was zijn reactie veelzeggend: “We zijn er nou toch!”
Lees het volledige artikel op de website van ITchannelPRO:
Gert-Jan Duis: “We Zijn er Toch”.