Een grootschalig onderzoek van de OESO en Cisco naar digitaal welzijn heeft significante geografische en generatiekloven blootgelegd in het gebruik van kunstmatige intelligentie (AI). De studie wijst uit dat er aanzienlijke verschillen bestaan in hoe verschillende regio’s en leeftijdsgroepen AI omarmen en ermee omgaan. Deze bevindingen benadrukken de noodzaak voor gerichte beleidsmaatregelen om deze kloven te overbruggen en een inclusieve digitale toekomst te bevorderen.
Opvallend is dat niet de traditionele westerse machten, maar juist opkomende economieën zoals India en Brazilië wereldwijd vooroplopen in de adoptie van AI. Deze landen tonen een hoger niveau van vertrouwen en bereidheid om AI-technologieën te integreren in hun dagelijkse leven en bedrijfsvoering. Dit wijst op een verschuiving in de mondiale technologische machtsverhoudingen en benadrukt de rol van opkomende markten in de digitale revolutie.
De resultaten van het onderzoek suggereren dat westerse landen mogelijk achterblijven in de AI-race, wat kan leiden tot economische en technologische nadelen. Om concurrerend te blijven, moeten deze landen hun strategieën herzien en investeren in AI-onderwijs en infrastructuur. Het onderzoek roept beleidsmakers op om actie te ondernemen en de kansen die AI biedt optimaal te benutten, terwijl ze tegelijkertijd de uitdagingen van digitale ongelijkheid aanpakken.
Lees het volledige artikel Dutch IT Channel:
Opkomende Economieën Overtreffen Europa in AI-gebruik.